Ontbrekende indicaties bij artikelen met een zelfde werkzame stof (bijv. somatropine)

Uit de ziekenhuizen zijn diverse meldingen gekomen van het ontbreken van indicaties bij bepaalde artikelen. Een structurele oorzaak hiervan blijkt te liggen in het strikte onderscheid tussen geregistreerde en off-label indicaties wat gemaakt is in de add-on databank van het CIBG, en dientengevolge ook in de g-standaard. Daardoor is een groep indicaties die tussen deze beide categorieën in vallen, niet in de add-on databank opgenomen. Dit wordt zo spoedig mogelijk hersteld. Tot die tijd kunnen de indicatie ingroeicodes 99999996 en 99999997 gebruikt worden.

In de add-on databank, en dientengevolge in de g-standaard, worden momenteel 2 hoofdgroepen van indicaties onderscheiden:

Geregistreerde indicaties

Geregistreerde indicaties zijn indicaties die vastgelegd zijn bij het toekennen van een handelsvergunning aan de fabrikant voor een bepaald geneesmiddel (een bepaald artikel met een bepaalde merknaam). Het CIBG haalt deze indicaties uit de CBG/EMA geneesmiddeleninformatie-bank.

Off label indicaties

Off-label indicaties worden door de beroepsgroep (de wetenschappelijke verenigingen) aangedragen voor situaties waarin indicaties niet geregistreerd zijn voor een werkzame stof, maar deze indicaties wel voldoen aan het criterium stand van wetenschap en praktijk.

Tussengroep

Hiermee is een belangrijke groep van combinaties van artikelen en indicaties nog niet in de add-on databank ondergebracht: die van artikelen met overeenkomstige werkzame stoffen, waarbij voor één of enkele artikelen uit deze categorie door de fabrikant(en) wel indicaties geregistreerd zijn, maar niet voor alle artikelen.

De voorschrijvers verwachten dat als zij een werkzame stof voorschrijven voor een bepaalde indicatie, zij elke generieke variant kunnen inzetten en declareren.  Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat hier van uit in de toelichting op artikel 37 van de nadere regel.  De NZa stelt hierover dat de zorgaanbieder een indicatie zoals opgenomen in de SmPC tekst van geneesmiddel 1 mag vermelden op de factuur bij de declaratie van geneesmiddel 2, mits dit de indicatie is waarvoor het geneesmiddel 2 aan de patiënt wordt verstrekt. De huidige praktijk en de NZa regelgeving wordt nu dus (nog)  niet gefaciliteerd door de add-on databank.

Het CIBG werkt nu uit wat het betekent om deze indicaties toe te voegen aan artikelen die in deze groep vallen, en wanneer dat gerealiseerd kan zijn.

Advies

Als bij het declareren van een generiek middel de indicatie ontbreekt die op basis van bovenstaande overeenkomst in werkzame stof wel gebruikt mag worden, dan kunnen tijdelijk de ingroei indicatiecodes 99999996 en 99999997 gedeclareerd worden.

 

Praktijkvoorbeeld

Zomacton (somatropine) is geregistreerd voor de indicaties groeihormoon deficiëntie (GHD) en Syndroom van Turner. Maar omdat Zomacton een naaldloos (= kindvriendelijk) toedieningssysteem heeft, wordt Zomacton ook veel voorgeschreven voor de andere somatropine indicaties (SGA, SHOX, Prader-Willi). Op basis van de huidige tabellen kan Zomacton niet aangeschreven worden voor deze laatstgenoemde indicaties, maar uitsluitend voor GHD en Turner. Het CIBG onderzoekt of de tabellen worden uitgebreid zodat bij Zomacton ook de andere somatropine indicaties (SGA, SHOX, Prader-Willi) gekozen kunnen worden. Tot die tijd kunnen indicaties 99999996 en 99999997 gebruikt worden.

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s