Antwoorden op veelgestelde vragen

Er komen veel vragen over de invoering van de nieuwe bekostiging van add-ons per 2017. Als eerste is het aan te raden de concept beleidsregel van de NZa te lezen. Links naar deze concept beleidsregel en nadere regeling vindt u op http://werkenmetdbcs.nza.nl/zz-releases/rz17a/menu-ID-2793.

Ook bevat de invulinstructie bij de declaratiestandaard DG301 veel informatie welke wellicht antwoord geeft op registratie- en declaratievragen (met name hoofdstuk 4).

Een aantal vragen gaat over de berekening van de add-on maximumtarieven, en mutaties n.a.v. nieuwe geneesmiddelen of nieuwe indicaties. In de concept beleidsregel van de NZa staat dat de NZa in principe maar één keer per jaar de tarieven van add-ongeneesmiddelen en ozp-stollingsfactoren gaat vaststellen. Dit doet de NZa op basis van de Apotheek Inkoop Prijs (AIP) van juni jaar t, voor de tarieven van 1 januari jaar t + 1. De AIP van juni jaar t, is dus altijd  leidend. Er is één uitzondering gemaakt voor de geneesmiddelen waarvoor de NZa lopende het jaar op aanvraag of ambtshalve een add-on of ozp-stollingsfactor vaststelt. Hiervoor is niet altijd een AIP van juni beschikbaar en wordt daarom voor de bepaling van de hoogte van het bijbehorende tarief  aangesloten bij de meest recente lijstprijs uit de G-standaard.

De conversietabel is een tabel waarin de huidige add-on prestaties worden vertaald naar de nieuwe add-on prestaties. In de conversietabel publiceert de NZa ter informatie ook de maximumtarieven voor het jaar 2016 en 2017. Deze maximumtarieven worden bepaald op de wijze zoals hierboven beschreven. Dat betekent dus dat de maximumtarieven voor het jaar 2017 die in conversietabel van juni zijn opgenomen, gelijk zullen zijn aan de maximumtarieven in de tabel van november (muv van de nieuwe geneesmiddelen). De conversietabel wordt meerdere keren uitgegeven (april, juni, november) zodat geneesmiddelen die na april resp. juni 2016 door de NZa worden vastgesteld als add-on geneesmiddel of stollingsfactor meegenomen worden in de volgende conversietabel.

De NZa zal uiterlijk 1 juli nog een uitgebreide circulaire versturen naar alle betrokken veldpartijen over de invoering van het nieuwe add-on beleid. Daar zal met name aandacht aan veel gestelde vragen gegeven worden.

Tot slot hieronder nog een aantal specifieke vragen:

–         Worden uitsluitend nieuwe codes aangevuld, of ook wijzigingen in de eerdere lijst van juni 2016 doorgevoerd? Antwoord: In principe alleen nieuwe codes, tenzij er een correctie moet plaatsvinden vanwege een onjuistheid in de conversietabel van juni.

–         Worden prijzen aangepast die in juni zijn gepubliceerd, maar waarvan in november 2016 de prijs inmiddels lager is? Antwoord: Nee, AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand). Tenzij het door de NZa vastgestelde tarief voor een addongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor hoger is dan de maximumprijs die in het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) is vastgesteld, dan geldt de WGP maximumprijs als maximumtarief voor dat add-ongeneesmiddel, respectievelijk die ozp-stollingsfactor.

–         En als de AIP inmiddels hoger is? Nee, AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand).

–         Hoe wordt omgegaan met wijziging in de AIP’s na november 2016? Antwoord: die worden door de NZa niet meegenomen. AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand).

–         Wat als er nieuwe middelen bijkomen? Antwoord: die worden door de NZa gepubliceerd.  Tot en met december 2015 publiceert de NZa de prestatie- en tarieventabellen voor add-on geneesmiddelen en stollingsfactoren. Vanaf 1 januari 2017 is de G-standaard de bron voor deze geneesmiddelen.

–         Wat als er prijzen /AIPs dalen tussen juni en november 2016? Antwoord: die neemt de NZa niet mee. AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand).

–         Wat als er prijzen /AIPs stijgen tussen juni en november 2016? Antwoord: die neemt de NZa niet mee. AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand).

–         Wat en hoe als er in de WGP-ronde april 2017 en oktober 2017 prijswijzigingen zijn?Antwoord:  AIP juni 2016 is het uitgangspunt voor de tarieven (zie bovenstaand). Tenzij het door de NZa vastgestelde tarief voor een addongeneesmiddel of ozp-stollingsfactor hoger is dan de maximumprijs die in het kader van de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP) is vastgesteld, dan geldt de WGP maximumprijs als maximumtarief voor dat add-ongeneesmiddel, respectievelijk die ozp-stollingsfactor

–         Hoe worden gewijzigde max prijzen door de NZa gecommuniceerd? Antwoord: Tot en met december 2015 via de prestatie- en tarieventabellen voor add-on geneesmiddelen en stollingsfactoren. Vanaf 1 januari 2017 is de G-standaard de bron voor deze geneesmiddelen.

–         Hoe wordt omgegaan met de prijzen voor 2018? Antwoord: Vanaf 1 januari 2017 is de G-standaard de bron voor deze geneesmiddelen. De maximumtarieven voor 2018 worden dus ook zichtbaar in de G-standaard.

 

Dit bericht werd geplaatst in Informatiebronnen, Wet- en regelgeving. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s